Megens: "Ik ben inmiddels dichter bij het einde dan ik in mijn angstdromen en mijn gedichten ooit ben geweest". Foto: Jasmijn Stikvoort
Megens: "Ik ben inmiddels dichter bij het einde dan ik in mijn angstdromen en mijn gedichten ooit ben geweest". Foto: Jasmijn Stikvoort (Foto: Jasmijn Stikvoort Photography)

Albert Megens is nog lang niet klaar

  Cultuur

In augustus werd Albert Megens tachtig jaar. Voor de Kaatsheuvelse dichter was dat aanleiding om een bundel in eigen beheer uit te brengen met als titel 'Tachtig bij Tachtig'. Een bloemlezing van gedichten die voor Megens op dit moment het dichtste bij hem staan. "Gedichten die er in mijn ogen of die van anderen nog steeds mogen zijn. Gedichten ook die ik in de loop van de tijd was vergeten, maar die op een goede dag weer bij me aanklopten", zegt hij.

door Cor Schoenmaker

KAATSHEUVEL- 'In Brabant doen we het samen, tot in het uur van onze dood. Amen.' In deze laatste regels van het gedicht 'Ons kent Ons' komt veel van wat Megens bezighield samen. Zijn afkomst, de dorpen en steden van Brabant, het geloof én het streven om samen te werken. De gedichten die in 'Tachtig bij Tachtig' staan, vertellen datgene wat Albert Megens op dit moment het meeste aanspreekt. Het verleden, zijn thuis, het leven en de dood. Niet zo vreemd als je tachtig bent. Zelf zegt hij: "Ik ben inmiddels dichter bij het einde dan ik in mijn angstdromen en mijn gedichten ooit ben geweest. Ik heb vaak over de dood geschreven, omdat ik hoopte hem zo op gepaste afstand te kunnen houden." Niet dat hij nu op zijn lauweren rust. "Er is nog werk te doen en achterstallig onderhoud te verrichten. Het leven is me nog te lief om het achter te laten."

Solidariteit

Waar de woordkeuze van zijn gedichten wellicht is geëvolueerd, de thematiek is dat niet, constateert Jace van de Ven in het voorwoord van de nieuwe bundel. De kunstredacteur van het Brabants Dagblad en oud- stadsdichter van Tilburg volgt het werk van Albert Megens al vele jaren. Zijn solidariteit met de kwetsbaren, de zwoegers. En met de jongeren die hij op de middelbare school lesgaf, die extra aandacht nodig hadden. Of de arbeiders van de Tilburgse textielfabrieken. En de lijdende mens, dat is net zo goed de wielrenner die Albert Megens zo fascineert. Allerlei namen van coureurs, niet alleen de kampioenen, komen nog een keer langs en kennen soms wonderlijke koppelingen met het dagelijkse leven. Zoals die ene moeder die Kees(je) Haast, de in januari overleden renner, er opeens bij haalt. Hoe, dat leest u in het betreffende gedicht.

Lievelingsgedicht

Het lievelingsgedicht van Megens zelf, over zijn eigen te vroeg gestorven moeder, vinden we ook in de gedichtenbundel 'Tachtig bij Tachtig' terug. Het gedicht waarvan hij hoopt dat het hem zal overleven. Maar er is nog zoveel meer dat Megens boeit en waarover hij dichtte. In 'Tachtig bij Tachtig' komt het allemaal nog een keer voorbij.

Monumentjes

"Zijn gedichten zijn monumentjes van geloof, hoop en liefde voor ongelovigen", zo besluit Van de Ven zijn voorwoord. De bundel Tachtig bij Tachtig' is te koop bij Primera en Bruna in Kaatsheuvel en bij The Read Shop in Waalwijk.

Meer berichten